Oekraïne was in 2025 de belangrijkste bestemming voor de Vlaamse dualuse-export, terwijl ruim de helft van de vergunde waarde bestemd was voor eindgebruik in een defensiegerelateerde context. Dat blijkt uit een nieuwe analyse van het Vlaams Vredesinstituut. De nieuwe cijfers tonen hoe snel de Vlaamse buitenlandse handel in producten en technologieën die zowel civiel als militair gebruikt kunnen worden zich aanpast aan de gewijzigde geopolitieke context. Ze onderstrepen tegelijk het groeiend belang van exportcontrole en opvolging van het eindgebruik.
Dualusegoederen en -technologieën zijn in eerste instantie ontwikkeld voor civiele toepassingen, maar kunnen ook militair worden ingezet. Voor de uitvoer van deze producten naar landen buiten de Europese Unie is daarom in principe een vergunning van de Vlaamse overheid nodig. In 2025 reikte de Vlaamse overheid 278 individuele vergunningen uit voor de definitieve uitvoer van dualusegoederen, samen goed voor 117,5 miljoen euro. Dat waren er meer dan in 2024, toen 221 individuele vergunningen werden toegekend. De totale waarde bleef evenwel nagenoeg stabiel.[1] Oekraïne was met 25,4 miljoen euro, verdeeld over 28 individuele vergunningen, de belangrijkste afzonderlijke bestemming. Daarna volgden India, Argentinië en China. De uitvoer naar Oekraïne bestond voor een belangrijk deel uit infraroodcamera’s en andere technologie bestemd voor de Oekraïense defensie-industrie.
Diederik Cops, onderzoeker bij het Vlaams Vredesinstituut: “Met 25,4 miljoen euro aan vergunde uitvoer groeide Oekraïne in 2025 uit tot de belangrijkste bestemming van Vlaamse dualusegoederen. Het cijfer illustreert een bredere verschuiving waarbij Vlaamse technologie steeds nadrukkelijker betrokken raakt bij de ondersteuning van de Oekraïense defensiecapaciteit. De Vlaamse overheid zet ook expliciet in op samenwerking met Oekraïne. Zo nodigt Flanders Investment & Trade begin september bedrijven uit de defensie-, elektronica- en dualusesector uit om samenwerkingen, coproductie en gezamenlijke onderzoeksprojecten in Oekraïne te verkennen.”
Ook de verandering in het eindgebruik van de Vlaamse dualuse-export valt op. In 2025 was 64,1 miljoen euro van de vergunde Vlaamse dualuse-export bestemd voor een krijgsmacht, een defensiegerelateerde industrie of een combinatie van civiele en militaire eindgebruikers. Daarmee vertegenwoordigde de defensiegerelateerde context ruim de helft van de totale vergunde waarde. In 2024 ging het nog om ongeveer 3%. Tegelijk daalde het aandeel van de civiele industrie in de vergunde waarde van 92% in 2024 naar 41% in 2025.
Het aantal vergunningen voor civiele eindgebruikers nam wel toe, maar de gemiddelde waarde van de defensiegerelateerde dossiers lag aanzienlijk hoger. Het is dus niet noodzakelijk het aantal militaire transacties dat sterk groeit, maar vooral het strategische en economische gewicht ervan, zo blijkt uit de analyse. Dat is begrijpelijk in een context waarin Oekraïne dringend nood heeft aan technologie en waarin Europa zijn defensiecapaciteit versterkt. Maar de recente vondst van een Nvidia-module in een Russische kruisraket toont de keerzijde van de groeiende verstrengeling tussen civiele en militaire technologie.
Diederik Cops: “Ondanks een exportverbod, kwam de Nvidia-module via ondoorzichtige omwegen toch in nieuwe Russische wapensystemen terecht. Vlaanderen is in het Nvidia-dossier niet betrokken en het betekent ook niet dat elke dualusetransactie even gevoelig is. Maar de belangrijke vondst maakt wel opnieuw duidelijk dat het voor een hightech-regio zoals Vlaanderen heel belangrijk blijft om in te zetten op exportcontrole, duidelijke begeleiding, transparante procedures en betrouwbare informatie over klanten, partners en eindgebruik.”
Ook uit de analyse van de Vlaamse cijfers van 2025 blijkt dat verhoogde waakzaamheid, zeker ook ten opzichte van Rusland, geen overbodige luxe is. In 2025 weigerde de Vlaamse overheid immers zeven individuele uitvoervergunningen. Zes weigeringen hielden verband met het risico dat de goederen, rechtstreeks of via derde landen, in Rusland of in Russische militaire systemen terecht zouden komen. Een zevende vergunning, voor uitvoer naar Israël, werd geweigerd omdat onvoldoende zekerheid bestond over een uitsluitend civiel eindgebruik. De zogenaamde catchallbepaling bleek daarbij opnieuw cruciaal. Die bepaling maakt het mogelijk om goederen die niet op een officiële controlelijst staan alsnog vergunningsplichtig te maken wanneer er aanwijzingen zijn voor een gevoelig militair eindgebruik of een risico op afwending. Veertien catchallvergunningen werden toegekend en drie aanvragen werden geweigerd wegens het risico op gebruik in Russische militaire systemen.
De Vlaamse bedrijven hebben ook zelf een rol te spelen. Na meer dan 600 contacten met bedrijven werden in 2025 nog eens 22 mogelijk problematische transacties geïdentificeerd die niet tot een formele vergunningsaanvraag leidden, onder meer omdat bedrijven ze na interne controle zelf stopzetten. Het Vlaams Vredesinstituut benadrukt daarom het belang van goede samenwerking tussen ondernemingen, de douane, veiligheids- en inlichtingendiensten en de dienst Controle Strategische Goederen. Nu Vlaanderen zijn bedrijven actief richting de defensie- en dualusemarkt begeleidt, moet nog meer worden geïnvesteerd in voorlichting, interne nalevingsprogramma’s en de uitwisseling van informatie over verdachte handelsroutes en -partners.
Lees hier de integrale analyse.
—
[1] Daarnaast werden negen globale vergunningen uitgereikt, met een gezamenlijke potentiële waarde van 53,8 miljoen euro. Omdat globale vergunningen een theoretische maximale uitvoerwaarde vertegenwoordigen, kunnen beide bedragen niet zomaar worden opgeteld.