Het Vlaams Vredesinstituut is een onafhankelijk
instituut voor vredesonderzoek bij het Vlaams Parlement.

Vlaams Vredesinstituut wil gaten in toekomstig Wapenhandeldecreet dicht

08/04/2026

In het Vlaams Regeerakkoord, en later ook in het Vlaams Defensieplan, werd een volledig nieuw Wapenhandeldecreet aangekondigd. Omwille van de grote impact ervan op het Vlaams buitenlands beleid én op de Vlaamse economie en veiligheid, besloot het Vlaams Vredesinstituut al in de ontwerpfase van het decreet een gedetailleerd advies te formuleren. Dat advies is er nu, samen met bijkomend onderzoek: ‘Zonder aanpassingen aan dit decreet geeft Vlaanderen een pak belangrijke instrumenten op om een eigen wapenexportbeleid te voeren. Dat komt onze veiligheid én de rechtszekerheid van de Vlaamse bedrijven niet ten goede.’

Via het nieuwe decreet streeft de Vlaamse Regering naar verlaagde administratieve last voor de bedrijven, een dossierbehandeling die verschilt in functie van de risicogevoeligheid en complexiteit, een betere controle op het eindgebruik van wapens en dualusegoederen en een herbevestiging van het exportverbod van wapens naar Israël. Het bestaande Wapenhandeldecreet zou volgens de Vlaamse Regering ook op bepaalde punten strenger zijn dan het Europees referentiekader. Ook dat wil de Vlaamse Regering anders.

Nils Duquet, directeur van het Vlaams Vredesinstituut: “De geopolitieke situatie is de laatste jaren en maanden ingrijpend veranderd. De EU zet sterk in op een grotere, meer geïntegreerde defensie-industrie. In die zin is de keuze om de wapenhandel binnen de EU te versoepelen, begrijpelijk. Maar er wordt veel te snel gezegd dat we ‘de strengste van de Europese klas zijn’. De Vlaamse positie is vandaag, zoals in andere lidstaten, gemengd en complex, zo blijkt uit het wetenschappelijk onderzoek van het Vredesinstituut. Met het bestaande decreet gaat Vlaanderen inderdaad soms verder dan de Europese richtlijn, met extra criteria zoals bijvoorbeeld aandacht voor de problematiek van de kindsoldaten. Maar op andere vlakken zijn we dan weer een pak minder streng: zeker op het vlak van algemene vergunningen en wederuitvoerbeperkingen krijgen Vlaamse bedrijven meer bewegingsruimte dan in veel andere EU-landen. Wat wel opvalt is dat, op basis van een vergelijking met gegevens uit verschillende EU-lidstaten, het Vlaamse beslissingsproces inzake vergunningsaanvragen vandaag langer duurt dan elders in de EU.”

Aanpassingen aan het Wapenhandeldecreet zijn niet evident. De materie van wapenexport blijft bijzonder taai en technisch. Het Vlaams Vredesinstituut moest diep graven, in het Voorontwerp van Decreet én in de Memorie van Toelichting, om duidelijk zicht te krijgen op de gevolgen. Uit die analyse bleek dat verschillende toekomstige mechanismen, voorgesteld als verstrengingen, in realiteit soms de mogelijkheid op controle verminderen. Zo wijst de Memorie van Toelichting naar “een blijvende screening van de betrouwbaarheid van de aanvrager”, terwijl in het voorontwerp van decreet de voorafgaande machtiging – hét instrument voor die screening – voor heel wat transacties niet langer nodig zou zijn. Het Vlaams Vredesinstituut suggereert in het advies daarom een aantal nieuwe ideeën om een vorm van screening te behouden én tegelijkertijd de verschillende vergunningsprocedures te stroomlijnen. Dat zou ook voor bedrijven een meerwaarde zijn, want vaak hebben zij die “officiële screening” nodig om hun betrouwbaarheid te bewijzen, bijvoorbeeld in het kader van Europese defensiesamenwerkingen.

De Memorie van Toelichting bij het Voorontwerp stelt ook “de beperking van de algemene uitvoervergunningen tot betrouwbare bestemmingen met bijgevolg een lage gevoeligheid” voor als een verstrenging. Toch zou ook deze bepaling een versoepeling inhouden. Het huidige Wapenhandeldecreet staat immers algemene vergunningen enkel toe voor intra-EU overbrengingen binnen de EU. Voor uitvoer buiten de EU kan dit tot op heden niet. Het nieuwe decreet zou hier verandering in brengen. Bijvoorbeeld op het vlak van wapenhandel naar de VS of Turkije kan dit tot problemen leiden. Ook voor dit probleem reikt het Vlaams Vredesinstituut in het advies een oplossing aan.

“Vanuit het Vlaams Vredesinstituut willen we met dit advies vooral waarschuwen voor de impact van het toekomstige decreet op de Vlaamse wapenexport naar landen buiten de EU. Zonder aanpassingen aan dit decreet geeft Vlaanderen een pak belangrijke instrumenten op om een eigen wapenexportbeleid te voeren. Dat ligt helemaal niet in lijn met andere lidstaten die zelf de touwtjes in handen houden voor de export buiten de EU. Het zou onze veiligheid én de rechtszekerheid van Vlaamse bedrijven ook niet ten goede komen. Bovendien zou het nieuwe decreet de controle op de uitvoerban naar Israël afbouwen én complexer maken.  Dat is niet de ambitie die de Vlaamse Regering in haar Regeerakkoord opnam.” aldus Nils Duquet.

Het Vredesinstituut benadrukt dat, zonder actieve inzet op Europees niveau, het wapenexportbeleid van Vlaanderen een kameleonbeleid dreigt te worden waarbij verantwoordelijkheden worden doorgeschoven. Met een advies dat een aantal belangrijke problemen oplost en Vlaanderen oproept om Europees mee de lijnen uit te zetten stelt het Vlaams Vredesinstituut zich op als een constructieve partner die durft meedenken in geopolitiek lastige tijden.

Opvallend: de Raad van Bestuur van het Vlaams Vredesinstituut, een erg diverse groep met vertegenwoordigers van (bijna) alle politieke partijen, vredesorganisaties, universiteiten, vakbonden én werkgevers was unaniem in zijn advies omtrent het Wapenhandeldecreet. Het Vlaams Vredesinstituut toont zo aan dat ook rond een controversieel thema als wapenhandel verdedigbare compromissen mogelijk zijn wanneer ze gebaseerd zijn op wetenschappelijk onderzoek.

Meer lezen? 

Lees hier het integrale advies.
Lees hier het bijhorende wetenschappelijk onderzoek.