Deze opinie van de hand van onze onderzoeker Maarten Van Alstein (die ook het boek Geweld – een geschiedenis van het moderne Europa schreef) verscheen op 14 januari in de krant De Morgen en online.
In 1902 escaleerde een schuldencrisis in Venezuela. Europese schuldeisers kwamen per kanonneerboot hun deel opeisen. De Amerikaanse president Theodore Roosevelt verzette zich tegen de Europese inmenging. Niet alleen hadden de Europese koloniale machten volgens de Monroe Doctrine niks te zoeken in Latijns-Amerika, de VS eisten nu het recht op om er zelf op te treden als politieagent.
Opmerkelijk: Roosevelt kreeg in 1906 de Nobelprijs voor de Vrede voor zijn rol in het beëindigen van de Russisch-Japanse oorlog. De huidige Amerikaanse president, die met zijn optreden in Venezuela het Amerikaanse interventionisme nieuw leven inblaast, moet zich vooralsnog tevredenstellen met een surrogaatvredesprijs.
In 2016 kwam Donald Trump aan de macht met de slagzin Make America Great Again. Maar wanneer waren de VS dan great? Recent liet Trump optekenen dat de VS het rijkst waren van 1870 tot 1913, toen Amerika een ‘tarievenland’ was. De operatie in Venezuela lijkt te bevestigen dat Trump met nostalgie terugkijkt naar de Belle Epoque. In Amerika staat die tijd bekend als ‘the gilded age’, de periode van steenrijke industriëlen en de verovering van het westen.
Wat vandaag gebeurt – de verdeling van de wereld in koloniale invloedssferen en het opzijschuiven van vervelende internationale regels – roept inderdaad echo’s op aan die periode.
Daarom is het zinvol om met verscherpte aandacht naar de Belle Epoque te kijken. Dat zal wel enige inspanning vergen. Er bestaan tal van misverstanden over deze periode.
Wie bijvoorbeeld een beroep doet op AI stoot meteen op een hardnekkig cliché. Volgens Copilot wordt “de Belle Epoque vaak gezien als een tijd van optimisme, culturele bloei en technologische vooruitgang.” Dat klopt, maar het is een eenzijdige lezing. Ook al was de Belle Epoque misschien een ‘Verguld Tijdperk’, een tijd van zekerheid was het allerminst.
Een bijkomend obstakel is de neiging om vooral naar de jaren dertig te kijken wanneer we willen ‘leren uit de geschiedenis’. Nu biedt die periode inderdaad een onuitputtelijk reservoir aan waarschuwingen over de ondermijning en teloorgang van onze democratieën.
Maar er is geen enkele reden om ons tot de jaren dertig te beperken als we willen leren uit de geschiedenis. Meer zelfs: we missen kansen als we alléén naar de jaren dertig kijken. Nazisme en bolsjewisme zijn bijvoorbeeld moeilijk te begrijpen zonder de oorlog van 14-18. Die vuurstorm werd in Europa ervaren als een diepe breuk, een waterscheiding tussen een oude en een nieuwe wereld.
Maar hoe zag die ‘oude’ wereld van voor WOI er precies uit? De interventiepolitiek van Teddy Roosevelt illustreert de imperiale daadkracht waar naties als de VS, Engeland, Duitsland en België zo trots op waren. Maar koloniale koorts en industriële wapenwedlopen maakten de wereldpolitiek in de periode vlak voor de Eerste Wereldoorlog bijzonder instabiel. Zonder internationale regels of collectieve veiligheidssystemen bleek het onmogelijk om de val in de afgrond te voorkomen.
Dieperliggend moderniseerde de wereld in de decennia voor 1914 tegen een rotvaart. Net als vandaag. Nu vooral door digitalisering en AI, toen door urbanisering, industrialisering en kolonisering. Diepe spanningen tussen oud en nieuw riepen, net als vandaag, grote onzekerheden op. Die verleidden tal van politici en intellectuelen tot modernistische fantasieën over vernieuwing. Die ideeën waren vaak bijzonder gewelddadig.
Sommigen hoopten op een alomvattende revolutie, anderen geloofden dat het heil zou komen van een nietsontziende technologische vooruitgang die al het oude brutaal zou wegvagen. Een historische echo van wilde dromen over disruptieve technologieën van techbonzen zoals Elon Musk of Peter Thiel?
Daarnaast waren er politici en intellectuelen die in het materialisme van de moderne wereld vooral decadentie, verrotting en verlies aan zingeving ervaarden. Zij smachtten naar verlossing door een gewelddadige wedergeboorte, een creatieve destructie die zowel een nieuwe eenheid zou creëren, als de ‘interne vijanden’ vernietigen die verantwoordelijk werden geacht voor het verlies aan grootheid.
Deze ideeën waren geen directe oorzaak van Wereldoorlog I. Wel waren ze ingrediënten van een explosief brouwsel dat de geesten klaarmaakte voor oorlog. De totale oorlog van 14-18 was bovendien de katalysator die gewelddadige ideeën uit de Belle Epoque naar het centrum van de macht deed marcheren en zo de weg naar een tweede wereldoorlog plaveide.
De les? Diepe spanningen tussen oud en nieuw – de kern van wat we moderniteit noemen – zijn vruchtbaar, ze brengen innovatie en vooruitgang. Maar de geschiedenis van de Belle Epoque leert dat die spanningen gewelddadige ideeën kunnen oproepen – én de voortdurende mogelijkheid van geweld in zich dragen.
Kunnen we nieuw geweld vermijden? De geschiedenis voorspelt de toekomst niet. Ze reikt ook geen eenduidige recepten aan. Een blik op de Belle Epoque bevestigt wel dat zaken die we na 1989 vanzelfsprekend waren gaan vinden, blijvende zorg vereisen. Zoals pluralisme en democratische weerbaarheid. En ook dat collectieve veiligheid en internationaal recht, die zo ernstig onder druk staan dat ze ten onder dreigen te gaan, geen vrijblijvende hobby’s voor wereldverbeteraars zijn. Voor kleine landen als België zijn ze een zaak van realistisch eigenbelang.