Het Vlaams Vredesinstituut is een onafhankelijk
instituut voor vredesonderzoek bij het Vlaams Parlement.

Ooststrategie met stevig Oekraïne-luik broodnodige aanvulling op Vlaams Defensieplan

17/06/2025

Met een specifiek budget en doorgedreven coördinatie kan Vlaanderen wel degelijk een verschil maken in de wederopbouw van Oekraïne. Dat blijkt uit een nieuw rapport van het Vlaams Vredesinstituut waarvoor het sprak met meer dan 100 Vlaamse en Oekraïense betrokkenen. De bevindingen uit het rapport en een nieuw advies komen op dinsdag 17 juni aan bod in de commissie Buitenlands Beleid van het Vlaams Parlement.

In het rapport wordt voor het eerst ook een gedetailleerd overzicht gemaakt van de Oekraïnesteun die Vlaanderen de voorbije jaren gaf. Maar nu de toekomst van de samenwerking met Oekraïne  vorm moet krijgen, ligt een gebrek aan focus en aan afstemming op de Vlaamse Ooststrategie op de loer.

Voor maatschappelijke wederopbouw zijn de Vlaamse bevoegdheden – onderwijs, cultuur maar ook bijvoorbeeld economie en werk – uitermate geschikt. Bovendien zijn samenwerking met Oekraïne en steun voor de wederopbouw in het Vlaams regeerakkoord een prioriteit. Tegelijkertijd staat een nieuwe Vlaamse Ooststrategie in de steigers. Uit het nieuwe rapport blijkt dat een dergelijke strategie enkel een verschil kan maken als Vlaanderen ál zijn departementen mee in het bad trekt.

Merel Selleslach, onderzoeker bij het Vlaams Vredesinstituut: “De opvang van de Oekraïense vluchtelingen was een serieuze uitdaging voor de Vlaamse administratie. Door over departementen heen te coördineren en samen te werken, ook met lokale besturen en middenveld, raakte dit toch georganiseerd. Als we die ingesteldheid van urgentie, focus en samenwerking loslaten bij het plannen van de steun voor de wederopbouw van Oekraïne, dreigen onze ambities op niks uit te draaien.”

Ook een gebrek aan duidelijkheid rond budget kan de samenwerking met Oekraïne bemoeilijken. Om binnen de budgettaire mogelijkheden een verschil te kunnen maken moet Vlaanderen echt focussen, zowel geografisch als inhoudelijk. Het rapport geeft richting aan die keuzes. Die moeten snel en doordacht gemaakt worden, zodat een beleid op lange termijn, met draagvlak bij de bevolking, mogelijk wordt.

In het bijhorende advies pleit het Vlaams Vredesinstituut verder voor intense samenwerking, niet enkel binnen Vlaanderen maar ook bijvoorbeeld met het Belgische ontwikkelingsagentschap Enabel. Dat heeft, in tegenstelling tot Vlaanderen, wel een fysieke aanwezigheid in Oekraïne. Samenwerken met Oekraïense spelers die in Vlaanderen een tegenhanger hebben –jeugdorganisaties, universiteiten, vakbonden, werkgeversorganisaties, bedrijven, culturele instellingen ….- is al even cruciaal. Bovendien spelen zij in Oekraïne een belangrijke rol om het gevaar op corruptie verkleinen.

Nils Duquet, directeur van het Vlaams Vredesinstituut: “De geopolitieke toestand dwingt Vlaanderen om op het vlak van buitenlands beleid actiever dan ooit te zijn. Dat leidde al tot een Vlaams Defensieplan maar daarin was zo goed als geen aandacht voor internationale samenwerking. Nochtans liggen in een Ooststrategie met een stevig Oekraïne-luik enorme kansen, niet alleen diplomatiek maar ook economisch. Die moeten we nú grijpen, anders komen we hopeloos te laat.”