Het Vlaams Vredesinstituut is een onafhankelijk
instituut voor vredesonderzoek bij het Vlaams Parlement.

Onvoldoende controlemogelijkheden op wapendoorvoer in Vlaanderen

19/11/2013

Het Vlaams Vredesinstituut heeft doorgelicht hoe Vlaanderen de doorvoer van wapens controleert. Vlaanderen is immers een transitregio bij uitstek, en controle van risicovolle transacties is een kwestie van binnenlandse en buitenlandse veiligheid. De Vlaamse regelgeving hapert: ze is enerzijds niet doelgericht en anderzijds te beperkt. Dat leidt tot twee belangrijke uitdagingen: bedrijven verkiezen andere havens omwille van de administratieve last, en bijvoorbeeld een schip op doortocht met wapens voor Syrië kan in veel gevallen toch niet gestopt worden. Het Vredesinstituut pleit voor een omvattende juridische basis en voor controle die gestuurd wordt door gedegen risicoanalyses.

Vlaanderen is een logistieke draaischijf, ook voor wapens en militair materieel

Vlaanderen is een logistieke draaischijf voor handel naar alle uithoeken van de wereld. Bijvoorbeeld in de havens van Antwerpen en Zeebrugge, op de luchthaven van Zaventem en langs het dichte weggennet passeren alle denkbare goederen van afzender naar bestemmeling. Daar zijn ook wapens en militair materieel bij. In 2012 werd bijvoorbeeld een doorvoer voor 5,4 miljoen euro aan onderdelen voor gevechtsvliegtuigen vergund van Israël, door Vlaanderen naar het leger in Pakistan; of voor 1,2 miljoen euro aan Amerikaanse geweren bestemd voor een handelaar in Frankrijk.

Huidige controle op doorvoer is niet gericht en zorgt voor overlast

De controle op doorvoer van wapens is in België geregionaliseerd. De regels hiervoor zijn vastgelegd in het Vlaams Wapenhandeldecreet van 2012. In dat decreet is gekozen voor een systematische controle van ‘doorvoer met overlading’: er is steeds een vergunning vereist voor alle doorvoer waarbij wapens op ons grondgebied worden overgeladen. Dit betekent een aanzienlijke administratieve last voor de betrokken bedrijven. De cijfers geven aan dat dit niet zonder gevolgen blijft: vergeleken met 136 doorvoervergunningen in 1999 waren er in 2012  nog 22. Er zijn aanwijzingen dat bedrijven de wijk nemen naar havens in de buurlanden, waar een andere regelgeving van kracht is. De inspanningen van de betrokken diensten worden bovendien niet gefocust op de controle van de problematische gevallen op basis van gedegen risicoanalyses.

Vlaanderen geeft controle-instrument uit handen

Ondanks de systematische controle van doorvoer met overlading, geeft de Vlaamse overheid met het Wapenhandeldecreet een belangrijk controlemiddel uit handen: anders dan in onze buurlanden, kan in Vlaanderen doorvoer waarbij wapens of militair materieel niet worden overgeladen niet worden gecontroleerd, laat staan tegenhouden, omdat hiervoor een juridische basis ontbreekt. Concreet: als een boot met aanvalshelikopters op weg naar Syrië aanlegt in de haven van Antwerpen voor bevoorrading en dan weer uitvaart, kan onze overheid in principe het schip niet aan de ketting leggen op basis van het Wapenhandeldecreet. Hetzelfde geldt wanneer bijvoorbeeld een cargovliegtuig met vuurwapens aan boord op weg naar een Afrikaans conflictgebied op de luchthaven van Oostende landt louter om te tanken.

Sluitende regulering, samenwerking en informatieverwerking

Het Vlaams Vredesinstituut concludeert dat op verschillende vlakken aanpassingen nodig zijn om de controle op doorvoer van wapens en ander militair materieel te verbeteren. Vooreerst moet er een brede juridische basis komen om alle doorvoer indien nodig te kunnen controleren, ook als er geen overlading plaats vindt. Ten tweede worden de controle-inspanningen best gefocust op risicogevallen die door een doeltreffende risicoanalyse aan het licht komen. Daarvoor is meer gerichte informatie en samenwerking tussen de verschillende diensten cruciaal (Vlaamse vergunningsdiensten, federale douane, politie en inlichtingendiensten, en de Europese en internationale instanties). “Meer gerichte controles en investeringen in informatieverwerkingstechnologie dragen bij tot een verbetering van de controle: risicogevallen worden efficiënter opgespoord én de administratieve lasten voor het bedrijfsleven verminderen”, zegt Tomas Baum, directeur van het Vlaams Vredesinstituut.