Brussel, 8 oktober 2026
In 2025 werden vanuit Vlaanderen voor 379 miljoen euro militaire goederen vergund voor uitvoer of overbrenging, bijna een verdubbeling van het aantal uitgereikte exportvergunningen tegenover 2019, zo blijkt uit een nieuwe analyse van het Vlaams Vredesinstituut. In een turbulente geopolitieke context, groeit de Vlaamse defensiesector dus mee met de internationale stijging van defensie-uitgaven. Tegelijk wordt binnenkort een nieuw Wapenhandeldecreet van kracht: het biedt bedrijven en kennisinstellingen meer flexibiliteit, maar legt hen ook meer verantwoordelijkheid op. Met een nieuw advies onderstreept het Vlaams Vredesinstituut dat er nog heel wat verduidelijking nodig is om het nieuwe kader in de praktijk werkbaar te maken.
Vlaamse defensiesector groeit
Het Vlaams Vredesinstituut analyseert jaarlijks, op basis van het Jaarverslag Wapenhandel van de Vlaamse Regering, de cijfers over de Vlaamse buitenlandse wapenhandel. De nieuwe analyse voor 2025 toont opnieuw een duidelijke groei van de vergunde uitvoer van militaire goederen vanuit Vlaanderen. De Vlaamse overheid reikte in 2025 199 nieuwe individuele of gecombineerde vergunningen uit voor definitieve uitvoer of overbrenging van militaire goederen. In 2019 waren dat er 100. De vergunde waarde bedroeg in 2025 379 miljoen euro, substantieel meer dan in de twee voorgaande jaren. Ook het driejaarlijkse gemiddelde van de vergunde uitvoer vertoont sinds 2021 een duidelijke stijging.
De Vlaamse defensiegerelateerde industrie bestaat daarbij vooral uit toeleveranciers van onderdelen en technologie aan andere defensiebedrijven. Ongeveer de helft van de vergunde uitvoer in 2025 had betrekking op vliegtuigonderdelen en bijhorende productieapparatuur, software en technologie. Voertuigonderdelen waren goed voor ongeveer 20 procent van de Vlaamse defensiegerelateerde uitvoer. De belangrijkste bestemmingslanden waren de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Oostenrijk.
Nils Duquet, directeur bij het Vlaams Vredesinstituut: “De cijfers tonen dat de groei van de defensiesector zich ook vertaalt in de Vlaamse economische realiteit. De stijgende defensie-uitgaven en de toenemende deelname van Vlaamse bedrijven en kennisinstellingen aan Europese defensieprogramma’s creëren nieuwe economische activiteiten. De Vlaamse overheid ondersteunt die ontwikkeling ook, onder meer via een vorig jaar aangekondigde budgetstijging voor defensiegerelateerd onderzoek en ontwikkeling. Tegelijk verandert daardoor ook het profiel van de actoren die met exportcontrole te maken krijgen: naast klassieke defensiebedrijven komen steeds meer ondernemingen en kennisinstellingen met een hoofdzakelijk civiele achtergrond in beeld.”.
Uitvoeringsbesluiten van nieuwe Wapenhandeldecreet worden cruciaal
Intussen nam het Vlaams Parlement op 15 juli 2026 een nieuw Wapenhandeldecreet aan.[1] Het nieuwe decreet verruimt onder meer de mogelijkheden om globale en algemene vergunningen te gebruiken. Daardoor verschuift een deel van de controle van voorafgaande goedkeuring naar toezicht achteraf. Bedrijven en kennisinstellingen krijgen daarbij zelf een grotere verantwoordelijkheid voor hun eigen naleving. In bepaalde gevallen moeten ze zelf een eerste risicoanalyse uitvoeren.
Nils Duquet: “De grotere verantwoordelijkheid voor bedrijven en kennisinstellingen kan pas functioneren als zij voldoende rechtszekerheid hebben over wat van hen wordt verwacht. Vandaag zijn er nog belangrijke vragen over onder meer de afbakening van defensiegerelateerde producten, de omgang met software en technologie en de toepassing van de nieuwe catch-all-bepaling. Dat zijn echt fundamentele kwesties: bedrijven moeten op basis van die regels kunnen bepalen wanneer een transactie vergunningsplichtig is en welke informatie zij moeten verzamelen. De zorgvuldigheid waarmee de komende maanden aan de uitvoeringsbesluiten gewerkt zal worden, zal dus echt bepalend zijn voor de praktische werkbaarheid en de effectiviteit van het nieuwe controlesysteem.”
In het advies pleit het Vredesinstituut er overigens ook voor om een recht op vergissing en procedures voor ‘spontane rechtzettingen’ te voorzien voor bedrijven en kennisinstellingen. Dat mag hun juridische verantwoordelijkheid niet uithollen. Maar de betrokken bedrijven en kennisinstelling moeten wel beter zicht krijgen op waar ze terechtkunnen wanneer ze zelf een risico of fout vaststellen of vragen hebben.
Meer lezen? Lees hier de integrale analyse en het advies.
[1] In afwachting van een nieuw Wapenhandelbesluit van de Vlaamse regering is de inwerkingtreding van dit nieuwe decreet voorzien op 31 december 2027.