Het Vlaams Vredesinstituut is een onafhankelijk
instituut voor vredesonderzoek bij het Vlaams Parlement.

OPINIE – Laat Vlaanderen toch maar “kieskeurig” blijven als het om wapenhandel gaat

11/05/2026

Onderstaande opiniestuk van de hand van onze directeur Nils Duquet verscheen op 8 mei 2026 in de krant De Standaard en online. 

Op 8 mei 2026 vergadert de Vlaamse Regering over een versoepeling van het Wapenhandeldecreet. Het is weinig waarschijnlijk dat die datum, de herdenking van het einde van Wereldoorlog 2 in België, bewust gekozen is. De Vlaamse Regering lijkt in elk geval vastbesloten: exportcontrole op militaire goederen moet eenvoudiger.

Daar zijn ook wel wat argumenten voor. De geopolitieke situatie is de laatste jaren en maanden ingrijpend veranderd. De EU zet sterk in op een grotere, meer geïntegreerde defensie-industrie. De Vlaamse bedrijven die in die integratie een rol zouden kunnen spelen, klagen – terecht, zo bleek uit een wetenschappelijke analyse van het Vlaams Vredesinstituut- over te trage procedures.
Helaas hanteert de Vlaamse Regering een erg grove borstel om al te logge procedures aan te pakken. In het ontwerp van decreet poetst ze hindernissen weg door veel transacties grotendeels aan het zicht van de controlediensten te onttrekken. Dat is een gevaarlijke strategie in geopolitiek explosieve tijden. Als het nog moeilijker wordt om te weten waar onze wapenexport uiteindelijk terecht komt, dreigt Vlaanderen een blinde vlek te worden binnen Europa, net nu we samen met onze bondgenoten zoveel mogelijk wapens uit de verkeerde handen willen houden. Dat is niet alleen weinig geruststellend voor zij die in de toekomst de politieke verantwoordelijkheid voor die onzichtbare transacties zullen moeten dragen. Ook voor Vlaamse bedrijven, op zoek naar rechtszekerheid en een smetteloze reputatie, is het geen stap vooruit.

Toch maakt de Vlaamse Regering zich op om het nieuwe decreet goed te keuren. Opmerkelijk genoeg wacht men daarvoor niet tot het werk op EU-niveau klaar is. Daar is een nieuwe Wapenhandelrichtlijn in de maak. Die Europese richtlijn dreigt het nog te stemmen Vlaamse Wapenhandeldecreet alweer snel achterhaald te maken. Al moet gezegd dat de onderhandelingen tussen de Europese Commissie, de Raad en het Parlement moeilijk verlopen. Lidstaten houden vast aan hun beslissingsrecht, tegen de Commissie in. Geen enkele serieuze waarnemer van het dossier maakt zich de illusie dat de lidstaten die politieke speelruimte in de nieuwe Richtlijn volledig zullen opgeven. Op het vlak van wapenexportbeleid is een Europees ‘gelijk speelveld’, vandaag en in de toekomst, dan ook een fata morgana. Lidstaten passen Europese regels zeer verschillend toe. Er is geen ‘level playing field’, wel een lappendeken van nationale interpretaties en politieke keuzes.

Het houdt de Vlaamse Regering niet tegen om het ingebeelde ‘level playing field’ te pas en te onpas als argument te gebruiken om vaart te maken. Vlaanderen zou ‘te streng’ zijn (een vergelijking van het wapenhandelbeleid van Europese lidstaten door het Vredesinstituut toont een veel gemengder beeld) en daardoor zouden Vlaamse bedrijven ‘kansen missen’. Helaas dreigt het voorstel nu te leiden tot een kameleonbeleid waarbij we ons in de toekomst zouden plooien naar de laagste, Europese lat: even welwillend naar Israël als Duitsland en even toeschietelijk voor Saudi-Arabië als Frankrijk. Het voorstel zou ook de deur wagenwijd open zetten naar Turkije en de VS, twee landen met een roekeloos exportbeleid. Op die manier zou het nieuwe Vlaamse Wapenhandeldecreet wel erg dicht in de buurt komen bij het beeld dat de Minister van Defensie vorige week, bij zijn bezoek aan de VS, van ons land wilde schetsen: “We zijn niet kieskeurig”, vertelde hij er aan Amerikaanse bedrijven.

In het licht van de huidige geopolitieke situatie is de keuze om de wapenhandel bínnen de EU te versoepelen begrijpelijk. Maar wie de actualiteit met open blik volgt, voelt ook aan dat we voor onze export buíten de EU beter wél “kieskeurig” blijven. Zonder aanpassingen aan de ontwerpteksten geeft Vlaanderen echter een pak belangrijke instrumenten op om een wapenexportbeleid te voeren. Bovendien zou het de controle op de uitvoerban naar Israël afbouwen én complexer maken. Dat is niet de ambitie die de Vlaamse Regering in haar Regeerakkoord opnam.

Er is gelukkig nog ruimte om het ontwerp van decreet bij te sturen en tegelijk de procedures sneller en werkbaarder te maken. Dat vraagt wel een fundamenteel inzicht: wapenhandel raakt aan de kern van ons buitenlands beleid en kan niet louter gereduceerd worden tot economische logica. Dat besef centraal zetten, zou een sterk signaal zijn. 8 mei lijkt daarvoor een symbolisch en gepast moment.